Toen de eilanden halverwege de 15e eeuw werden (her)ontdekt door Portugese en Vlaamse zeelieden is er al vrij snel handel on landbouw tot ontwikkeling gebracht. De verdere ontwikkeling van dorpen en steden is daarbij ook samengegaan met de opzet van parken, moestuinen en landgoederen met veelal gecombineerde landbouw en veeteelt. Vanaf de beginperiode zijn allerlei planten en bomen uit andere windstreken actief ingevoerd en uitgezet.
"De Azoren zouden kunnen dienen als substituut voor exotische producten. Vanaf de beginperiode zijn allerlei planten en bomen uit andere windstreken actief ingevoerd en uitgezet."
Dit gebeurde in eerste instantie om economische belangen, of de Azoren als vervanging voor exotische producten zou kunnen dienen. Hierbij kan gedacht worden aan het invoeren van destijds zeer waardevolle landbouwgewassen zoals onder andere peper, kruidnagel, thee, koffie, bananen en ananas. Eveneens werden nuttige bomen geïntroduceerd zoals Japanse ceder (Cryptomeria Japonica).
Anderzijds werden bijzondere soorten geïntroduceerd om de welvaart en kunde van de tuineigenaar te onderstrepen. Sommige exoten, zoals de Kahili (Hedychium Gardnerianum), een niet consumeerbare plant uit de gemberfamilie, voelen zich er zo thuis dat ze de inheemse vegetatie inmiddels bedreigen.
Er wordt nog steeds ananas geteeld (in kassen), en op een aantal zuidhellingen wordt ook thee van een goede kwaliteit verbouwd. Je kunt er appels en kersen vinden, en op een aantal beperkte plekken worden olijven geteeld, maar meer in algemene zin zijn de Azoren te nat voor deze bomen, het zijn liefhebbers van drogen voeten, dus het microklimaat moet hier echt voor geëigend zijn.
Ook de Hortensia (Hydrangea Macrophylla), is een exoot met oorsprong in Oost-Azië.







